De man met de buil 13

Benny’s gezicht staat opnieuw grimmig. Dat voel ik door de blinddoek heen. Hij heeft namelijk onder zijn eigen duiven geschoten. Niemand die bij dat besef blijft lachen.

Bij het uitstappen nam Linda mijn hand vast: “Hierlangs, mannetje.” Haar stem klonk mierzoet. Ze leidde me ergens naar binnen en zette me voorzichtig neer op een stoel, waarna ze mijn hand bleef staan vasthouden.

Nu staan zij en Benny nijdig te fezelen in wat ik me voorstel als een donkere gang met vochtplekken op de muren. Handlanger drie is nergens meer te bespeuren. Ik hoor hem althans niet. Het fezelen daarentegen wordt steeds luider.

“Excuseer,” kuch ik me een weg naar de aandacht. “Ik heb misschien een oplossing.”
Benny stoot een smalende lach uit.
“En wat denk je dan dat het probleem is, ventje?”
Ik richt mijn hoofd in de richting van waar het geluid komt en hoop dat het niet een raamkozijn is dat ik smalend aankijk.
“Waar zal ik beginnen? Jullie en jullie auto staan duidelijk herkenbaar op de bewakingscamera’s, Linda staat intussen gesignaleerd als gewapende crimineel en de GSM in mijn broekzak zendt traceerbare signalen uit. Mijn vrouw staat die gegevens op dit eigenste moment waarschijnlijk op te vragen bij de politie, want ik moest al minstens een uur thuis zijn met de aardappelen. Ze heeft er een hekel aan als ik te laat ben.”

Opnieuw heb ik geen idee waar dat vandaan kwam, maar ik weet één ding: in deze historie weiger ik het lijdend voorwerp te zijn. Mijn strategie werkt wonderwel. Vloekend als een ketter grijpt Benny me bij mijn kraag. Onderweg naar de auto raken mijn voeten amper de grond.

This entry was posted in Fictie. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>