Ik, bleekscheet

Als je weet dat falang het woord voor buitendlander is (als ik het goed heb, is dat ook in Cambodja zo), valt het snel op dat de Thai en Cambodjanen het vaak over jou hebben terwijl je erbij staat. In Siam Reap, bij Angkor in Cambodja, trokken ze zelfs foto’s van mij vanuit voorbijrijdende tuktuks. Mijn benen zijn nog altijd melkflessen, ik weet het, bedankt om me daarop te wijzen Cambodja. Mijn armen hebben na een dikke twee weken dan toch de kleur van een koffie zeer verkeerd gekregen. Na een heel bewolkte dag in Angkor, waarop ik het waagde om geen zonnecrème te smeren, was ik roodverbrand. Zo erg is het. Enfin, zolang zij er ook plezier aan gehad hebben dat ik in Angkor geweest ben, is het goed zeker. En intussen weet ik hoe filmsterren zich voelen. Ocharme die mensen.

Grensoversteek: 2,5 uur

Wat filmsterren dan weer niet voelen, is mijn rug na 2,5 uur te hebben aangeschoven aan de grens van Cambodja terug naar Thailand. In 35 graden, met een trekkersrugzak aan en een blaas die op springen stond. De grenswachters daar zijn zo corrupt als ze groot zijn. We hebben een hele groep voorrang zien krijgen nadat de begeleider wat dollars in de hand van zo’n wachter stopte. Want ja, de dollar is de tweede nationale munt en je kunt er overal mee betalen. Wat Cambodja veel duurder maakt dan Thailand en ervoor zorgt dat ze veel meer kunnen vragen dan in hun eigen munt. Eén dollar is 4000 riel waard, dus je loopt al snel met een propvolle portefeuille rond die nog steeds niks waard is.

Maar dus, de grens. De oversteek in Poipet, de grensovergang die het dichtst bij Bangkok ligt en één van de plekken waarvoor je via het internet een visum kunt regelen, was in geen van beide richtingen een pretje. Je boekt de reis best bij een boekingskantoor, want het is daar zo’n kluwen van mensen en (mini)bussen dat je er anders nooit wegraakt. Iedere passagier van een bepaalde bus krijgt een gekleurde sticker op zijn kleren, en zo herkent jouw reisbegeleider je aan de andere kant van de grens. Niet kwijtraken, dus. Dat laatste is niet gemakkelijk als het plots zo hard begint te stortregenen dat je de overkant van de overstroomde straat niet meer goed ziet. De grenswachters omkopen haalt echter niks uit als je niet bij een grote groep hoort die een hele bus vult, want dan moet je toch op de anderen wachten. Spijtig. Iemand omkopen had me nog meer sterallures gegeven.

Nattigheid voelen tijdens Songkran

Bleekscheet of niet, doorweekt ben je tijdens Songkran sowieso. De Thai vieren midden april nieuwjaar met een waterfestival. Wat jaren geleden begon met mensen natsprenkelen, is inmiddels uitgegroeid tot heuse watergevechten. En ze maken geen onderscheid in huidskleur, iedereen moet en zal kletsnat zijn. Enkel oudere mensen ontsnappen er wat aan. Nog nooit heb ik zoveel soorten waterpistolen gezien. Mickey, Minnie, Stitch en sci-fi gevallen. Maar het moest niet altijd fancy. De echte strijders reden in open trucks door de straten met tonnen water in de laadbakken. Water met ijsblokken in. Waar ze hele emmers tegelijk uitschepten en over de mensen op straat goten. “Niet erg, dat is verfrissend bij 40 graden.” Van die overtuiging kom je snel terug. Na een hele dag proesten (het water dat uit de kraan komt, mag je niet drinken, maar de roestplekken van het water van Songkran zijn na 4 keer wassen nog niet uit mijn kleren, dus je rot vanbinnen gewoon weg als je dat inslikt, denk ik) en in je ogen wrijven (Harald verloor een lens en mijn zonnebril vloog enkele meters ver, zo hard smijten ze dat water in uw gezicht) heb je het wel gehad. Ik althans. Helaas duurt het festival drie dagen en beginnen ze twee dagen op voorhand al op te warmen. Als je door de vechtzones moet met bagage, pak je die best in in plastic zakken.

Uitblazen op Ko Samet

Onze reis zit er bijna op. We hebben het wat gehad met rondtrekken, maar ons schema stond dan ook eivol. Vandaag kropen we voor de laatste keer in een busje dat ons in 3,5 uur van Bangkok naar de kust bracht, waar we de boot naar Ko Samet namen. Hier gaan we twee dagen met onze luie kont op het strand liggen. Maar ik ben niet zo goed in in de zon liggen, dus misschien trekken we ook gewoon het eilandje rond. Het staat hoedanook vast dat ik rood als een kreeft terugkom van het kleinste eiland onder Bangkok, om dan op het vliegtuig lekker te zitten stinken naar after sun. Zoals het een echte bleekscheet betaamt.

Onze tips op een rijtje (PDF): Thailandtips

Angkor

Songkran vieren

Angkor

Cha nom yen op Ko Samet

About Veerle

Persoonlijke blog. Mijmeringen en belevenissen. Voorkeuren en frustraties. Ik haak alles wat je wilt. Een sjaal, een knuffelbeer, een nieuw lief.
This entry was posted in Buitenland and tagged , , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>